Ongedierte herkennen en aanpakken

Kies het beestje dat je ziet. Per beestje lees je hoe je het herkent, wat je zelf mag en kunt doen, en wanneer je beter een bestrijder vraagt.

Eerst herkennen, dan aanpakken

De meeste overlast in en om het huis komt van een handvol beestjes. Welk beestje het is, bepaalt wat helpt. Muizen vang je met een klem, maar een rat is argwanend en vraagt geduld. Een wespennest laat je liever met rust, want in het najaar sterft het volk vanzelf. Bij bedwantsen is zelf bestrijden juist een slecht idee: je verspreidt ze makkelijk naar andere kamers.

Twijfel je wat je ziet? Het Kennis- en Adviescentrum Dierplagen (KAD) kan beestjes determineren. In sommige gemeenten is dat voor inwoners geregeld via een serviceovereenkomst; dat lees je op de pagina van je gemeente.

Voorkomen werkt beter dan bestrijden

Volgens het KAD komt een plaag bijna altijd door voedsel, warmte en schuilplekken. Haal je die weg, dan heeft bestrijden pas zin. Een paar dingen die bij bijna elk beestje helpen:

  • Berg voedsel, diervoer en vogelvoer afgesloten op en ruim resten op.
  • Dicht gaten en kieren. Voor muizen houdt het KAD een opening van hooguit 0,5 centimeter aan.
  • Houd vochtige ruimtes droog en ventileer; zilvervisjes en papiervisjes houden van vocht en warmte.
  • Plaats horren tegen wespen en vliegen.

Mag je zelf gif gebruiken?

Tegen muizen en ratten mogen particulieren sinds 2023 geen middelen met anticoagulantia of cholecalciferol meer gebruiken. Voor muizen binnenshuis zijn alleen nog middelen op basis van alfachloralose beschikbaar. Een toegelaten middel herken je aan een toelatingsnummer van vijf cijfers met de letter N of NL op het etiket. Meer hierover in muizengif en rattengif: wat mag nog wel?